0 Flares 0 Flares ×

In aanloop naar het Kamerdebat over de onderwijsbegroting 2019 op 30 oktober en 1 november uit de Stichting van het Onderwijs opnieuw in een brief haar zorgen over de doelmatigheidskorting en nieuwe taakstellingen in de begrotingsplannen. Dat doet zij in het belang van de leerlingen, studenten en docenten. Als Nederland in de top van concurrerende kenniseconomieën wil blijven, zijn juist structurele investeringen in onderwijs en wetenschap cruciaal.

Onmogelijk
Na overleg met minister Slob hebben de sociale partners in de Stichting serieus gepoogd om te kijken in hoeverre de doelmatigheidskorting, oplopend tot 183 miljoen euro, ingevuld kan worden zonder het primaire proces te raken. Dit is echter onmogelijk: ‘Wij kunnen als onderwijssector niet garanderen dat de korting niet voelbaar is in het primaire proces van de scholen en onderwijsinstellingen. In het belang van de leerlingen, studenten en docenten spreken wij ons dan ook nogmaals uit tegen deze bezuiniging.’

Uitsluiten
Ook de nieuwe besparingen op het onderwijs als gevolg van hogere leerling- en studentenaantallen dan verwacht baart de Stichting zorgen. In de huidige systematiek voor de leerling- en studentenramingen kunnen relatief kleine afwijkingen grote budgettaire gevolgen hebben. Omdat ministers tegenvallers binnen de eigen begroting moeten dekken, leiden méér leerlingen en studenten dan geraamd nu automatisch tot extra bezuinigingen en een lager onderwijsbudget per leerling of student. De Stichting vraagt de Tweede Kamer uit te sluiten dat tegenvallende ramingen jaar in jaar uit op de onderwijssector verhaald worden.

Broodnodig
De Stichting zegt verder in haar brief: ‘Als onderwijssector hard te werken aan de aantrekkelijkheid van werken in het onderwijs. Dat is extra van belang in de sectoren die op dit moment steeds meer te maken hebben met de gevolgen van de lerarentekorten en de hoge werkdruk. Daarnaast zetten we ons in om gelijke kansen voor alle leerlingen en studenten te bevorderen en stimuleren we een leven lang ontwikkelen. Om deze uitdagingen adequaat aan te kunnen pakken zijn investeringen in ons onderwijs broodnodig.’

brief d.d. 26 oktober 2018 aan Tweede Kamer