0 Flares 0 Flares ×

Aan de hand van vragen en antwoorden wordt toelichting gegeven over het vastlopen van de pensioenonderhandelingen met het kabinet en werkgevers op 20 november 2018.

Waar gingen de pensioenonderhandelingen over?
Er werd in de SER al langere tijd gesproken over een nieuw pensioenstelsel voor de toekomst. De gesprekken daarover kwamen in een eindfase. Belangrijke onderdelen waren daarbij een nieuw pensioencontract en de compensatie van de doorsneesystematiek. Het voornemen van het kabinet om de doorsneesystematiek af te schaffen bracht een rekening met zich mee van tussen de 60 en 100 miljard. De VCP heeft het kabinet gevraagd om daarbij haar verantwoordelijkheid te nemen en ingezet op voldoende zekerheid ten aanzien van de compensatie. Voor het nieuwe contract was het daarnaast belangrijk dat het voldoende stabiliteit zou geven en eerder perspectief op indexatie. De laatste weken is in de eindfase ook met het kabinet gesproken over andere aanpalende onderwerpen, zoals de mogelijkheid voor sectoraal maatwerk vervroegd uittreden (RVU-boete), pensioen voor zzp-ers en de AOW-leeftijd.

Waarom zijn de pensioenonderhandelingen mislukt?
De onderhandelingen over een nieuw pensioenstelsel zijn vastgelopen door een stapeling van onzekerheden. Na langdurige besprekingen tussen werkgevers en werknemers in de SER en het kabinet is dinsdag 20 november jl. geconstateerd dat de verschillen tussen de vakbeweging en het kabinet te groot waren. Het voorgestelde stelsel kon in beginsel kansrijk zijn, maar over te veel grote vraagstukken bleef grote onzekerheid bestaan die zonder concrete afspraken vooraf het risico zou leggen bij de pensioendeelnemers. Op de voor de VCP cruciale onderwerpen wilde dit kabinet samen met de werkgevers onvoldoende harde afspraken maken. Voorzitter Nic van Holstein zei daarover: “Het is net drijfzand, veel blijft nog te onzeker: een stabiel pensioen, het indexatie-perspectief en de compensatie voor de afschaffing doorsneesystematiek. Het kabinet legt enorme risico’s bij werknemers; de compensatie gaat om 60 miljard euro. Wij willen zekerheid. Je koopt ook geen auto in de ontwerpfase, je wilt weten dat het ontwerp de tests doorstaat. De VCP kan de blanco cheque die het kabinet vraagt niet geven”.
Ook bij het aanpalende onderwerpen was het kabinet te star. Geen pensioenverplichting voor zzp’ers. Weigeren om in sectoren maatwerk mogelijk te maken voor mensen die anders gezond de eindstreep niet halen. Een structurele beslissing over de stijgende AOW-leeftijd werd overlaten aan een volgend kabinet. De afstand op deze onderwerpen was te groot.

Wat waren de belangrijkste bezwaren van de VCP?

  • Geen garantie dat het nieuwe stelsel beter is dan het huidige. Uitwerking en vormgeving op veel punten nog vaag, maar de mogelijke negatieve gevolgen voor uw pensioen groot;
  • Met een advies van de commissie parameters en vervolgens besluitvorming door DNB en Kabinet blijft er grote onzekerheid over passende rekenregels nieuwe contract. VCP wil hier gewoon duidelijkheid over. Impact op pensioenresultaat kan groot zijn en duidelijkheid is nodig ter bescherming van de pensioenopbouw van jongeren en indexatieperspectief voor alle generaties;
  • De transitie kost 60 tot 100 miljard uit de pensioenpotten. Er is geen zicht op concrete en directe compensatie voor de pensioenschade die hieruit ontstaat. Het risico wordt volledig bij de werknemers gelegd. Geen gezamenlijke verantwoordelijkheid werknemers, werkgevers en overheid op de te bereiken resultaten (compensatie, indexatie en een stabieler pensioen);
  • Grote onduidelijkheid of de compensatiebronnen afdoende zijn om pech- en gelukgeneraties te voorkomen. Overheid gaf niet thuis als sluitpost en werkgevers waren niet bereid meer premie te betalen bij bijzondere gevallen. De premievoordelen willen ze wel;
  • Het maatschappelijk probleem van een steeds groter wordende groep zelfstandigen die geen pensioen opbouwt wordt niet aangepakt. Geen enkele verplichting voor zelfstandigen om een aanvullend pensioen op te bouwen. Concurrentie op arbeidsvoorwaarden blijft in stand en de maatschappelijke rekening wordt door kabinet en werkgevers vooruitgeschoven;
  • Het toegezegde onderzoek naar een realistische methode voor toekomstige verhoging AOW-leeftijd is boterzacht. Kabinet is niet bereid hier financiering en toezegging voor te doen. Ontloopt haar verantwoordelijkheid door dit door te schuiven naar volgend kabinet;
  • Geen breed gedragen besluitvormend toetsmoment in de samenleving voor de gevolgen van dit potentiele drijfzandakkoord na de uitwerkingsfase. Wij gaan niet slapen en er maar op vertrouwen dat het goed komt. Met zoveel onzekerheid wil de VCP een noodrem in handen hebben zodat wij zeker weten dat de werkende Nederlanders niet de dupe worden.

Wat zou de afschaffing van doorsneesystematiek betekenen?
De transitie naar een opbouwsysteem voor de pensioenen, zoals het kabinet wenst, kost 60 tot 100 miljard uit de pensioenmiddelen. Werkgevers en overheid probeerden deze schade op het bordje van de werknemers te leggen. De overheid gaf niet thuis als sluitpost voor die gevallen waar dat niet zou lukken. Werkgevers wilden niet afspreken meer premie te betalen bij bijzondere gevallen. Er zou een enorm risico bij deelnemers komen te liggen. Er bleef onduidelijk of de financieringsbronnen voor compensatie bij verschillende fondsen en regelingen voldoende zouden zijn om te compenseren en pech- en gelukgeneraties te voorkomen.
De afschaffing van doorsneeopbouw zou gunstig kunnen zijn voor toekomstige pensioendeelnemers, omdat hun premie langer kan renderen. Zonder compensatie zou de afschaffing echter voor veel werkenden die al pensioen hebben opgebouwd direct een forse achteruitgang in hun te bereiken pensioen betekenen. Een deelnemer van zo’n 45 jaar zou tussen de 5,5% en de 9,5% van de pensioenopbouw mislopen. De VCP heeft altijd gezegd dat er concrete en directe compensatie voor deelnemers moet komen. Er zou alleen fiscale ruimte en een kader komen voor de uitwerking van de compensatie en financiering, maar het risico bleef bij de deelnemers. De overheid wilde geen financieel risico dragen en nam onvoldoende verantwoordelijkheid voor deze fundamentele wijziging van de spelregels.

Wat voor een pensioencontract lag er op tafel?
De contouren van het nieuwe contract gaven redelijke basis, maar er was nog veel nadere uitwerking nodig, ook wat betreft de belangrijke financiële spelregels. Het uitgangspunt van dat contract is het streven naar een koopkrachtig pensioen. De nominale zekerheid zou worden losgelaten, maar daarmee zou eerder perspectief op indexatie moeten ontstaan: pensioenen worden sneller verhoogd als er beleggingswinsten zijn, maar worden sneller gekort bij verlies. Het verschil met 2011 is dat het toen ging om een voorwaardelijke uitkeringsovereenkomst en nu over een premieovereenkomst met uitgebreide (intergenerationele) risicodeling. Om de doelstelling van een koopkrachtig pensioen te bereiken moet dan wel structureel voldoende premie beschikbaar zijn. Daarover bleef onzekerheid want de werkgevers hielden vooral vast aan een stabiele premie.
Er bleef vooralsnog ook te grote onzekerheid of er passende rekenregels voor het nieuwe contract zouden komen. Duidelijkheid bleek niet mogelijk omdat het kabinet de rekenregels onafhankelijk wil laten vaststellen. Echter zonder passende rekenregels zou de impact op het pensioenresultaat groot zijn, met name voor de pensioenopbouw van jongeren en het indexatieperspectief voor werkenden en gepensioneerden. Alleen overstappen naar een minder zeker pensioencontract, zonder daar stabiliteit in de opbouw en meer koopkrachtig pensioen voor terug te krijgen, vindt de VCP onvoldoende. We gooien ons huidige pensioenstelsel niet zomaar overboord. De persoonlijke potjes met collectieve risicodeling uit het regeerakkoord waren van tafel. Naast een nieuw contract wilden kabinet en werkgevers wel de wet verbeterde premieregeling positioneren.

Wat wilde dit kabinet doen aan de strenge rekenregels?
Er bleek politiek slechts ruimte voor een onderzoek door een onafhankelijke commissie naar de rekenregels voor pensioenen. De uitkomsten daarvan konden betrokken worden bij de verdere uitwerking van het stelsel. Uiteindelijk zou gewoon De Nederlandsche Bank (DNB) deze regels moeten vaststellen. Diezelfde DNB die samen met minister Koolmees de afgelopen tijd heeft laten weten dat zij hier ongeacht welk contract niets in te willen wijzigen. Er wordt star vasthouden aan de veel te lage rekenrente van De Nederlandsche Bank, terwijl de rest van Europa met een veel stabielere rente rekent. Zonder duidelijkheid over passende rekenregels bleef er veel onduidelijk over noodzakelijke stabiliteit, compensatie en indexatie voor alle generaties. Samen met FNV en CNV pleit de VCP al langer voor aanpassing van de rekenregels.

Hoever was het kabinet bereid te gaan met de RVU-boete en de AOW?
Werkgevers moeten nu een RVU-boete van 52% betalen over het bedrag dat een werknemer meekrijgt wanneer hij vervroegd uittreedt. Het kabinet was bereid om die boete het laatste jaar voor de AOW-leeftijd te schrappen en het tweede jaar voor AOW te halveren. Wij wilden de RVU-boete gewoon helemaal schrappen zodat sectoraal maatwerk mogelijk wordt voor afspraken over vervroegd uittreden, zodat werknemers gezond de eindstreep kunnen halen.
Over de stijgende AOW-leeftijd wilde het kabinet alleen toezeggen dat AOW-leeftijd pas in 2024 op 67 jaar zou komen te liggen, in plaats van drie jaar eerder in 2021. Het kabinet wilde slechts een onderzoek toezeggen naar de 1-op-1-koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. Het kabinet wil de beslissing daarover overlaten aan een volgende kabinetsformatie. De politiek heeft zich op dit onderwerp al jaren onbetrouwbaar getoond. Dit is dan ook onvoldoende, de mensen in het land willen nu duidelijkheid. Het pakket van zo’n 7 miljard dat het kabinet bood op AOW en RVU was grotendeels incidenteel. Er zijn vele miljarden euro’s bezuinigd op de AOW tijdens de crisis. Inmiddels is de crisis voorbij maar wordt nog jaarlijks 3 miljard op de AOW bezuinigd. Er is gewoon behoefte aan een goed pakket op AOW en RVU, waarbij er bovendien geen sprake mag zijn van een uitruil die ten koste gaat van het aanvullend pensioen van heel veel mensen.

Bood het kabinet een goede oplossing voor zzp’ers?
Nee, de oplossing van het kabinet was te vrijblijvend, waardoor het draagvlak voor het pensioenstelsel langzaam verder zou worden ondergraven. Het maatschappelijk probleem van een steeds groter wordende groep zelfstandigen die geen pensioen opbouwt wordt niet aangepakt. In het voorstel van het kabinet en werkgevers lag geen enkele verplichting voor zelfstandigen om een aanvullend pensioen op te bouwen. De concurrentie op arbeidsvoorwaarden zou in stand blijven en de maatschappelijke rekening wordt hiermee door kabinet en werkgevers vooruitgeschoven. Voor alternatieven die verder gingen dan het faciliteren van pensioenopbouw voor zelfstandigen was geen ruimte. Steeds minder zelfstandigen bouwen een fatsoenlijk pensioen op, waardoor het ongelijke speelveld tussen werknemers en zzp’ers groter wordt. Zzp’ers worden steeds aantrekkelijker voor werkgevers die het liefste zo min mogelijk risico willen lopen en de kosten laag willen houden. De VCP ziet al jaren dat er zonder vorm van verplichting hier geen enkele verandering in komt.

Kwamen de werknemers telkens met nieuwe eisen?
Nee, die suggestie die in de media wordt gedaan is onjuist. Vanuit de werknemers is consistent gezamenlijk opgetrokken. De VCP heeft vanuit het belang van de deelnemers daarbij consequent haar knelpunten geagendeerd. Als belangenbehartiger mag dat van ons verwacht worden. Niet altijd kon aan onze knelpunten voldoende tegemoet gekomen worden. Soms werden geschilpunten niet direct beslecht of geparkeerd voor nadere uitwerking. De gesprekken met vele partijen waren heel complex, waardoor soms later in het proces onderwerpen terugkwamen.

Wat betekent dit nu voor mijn pensioen?
Op dit moment blijft uw pensioenregeling ongewijzigd. Ook nu blijft er onzekerheid bestaan over indexatie. Ondanks dat de financiële posities van veel pensioenfondsen aantrekken en er steeds meer fondsen kunnen indexeren, blijft indexatie bij een aantal (grote) pensioenfondsen voorlopig uit. Mogelijk zal in 2020 zelfs een kleine korting noodzakelijk zijn om aan de strenge eisen van dit kabinet en DNB te kunnen voldoen. Nederland hanteert nu de strengste rekenregels in Europa. Hierdoor moeten pensioenfondsen zich arm rekenen. Hoewel er gesproken is over het voorkomen van kortingen in de aanloop naar een nieuw pensioenstelsel, was op dit moment niet zeker dat met een nieuw contract de problemen van de baan zouden zijn. We blijven hierom aandringen op betere rekenregels in het huidige stelsel als in een eventueel nieuw stelsel. Wij hebben op dat vlak duidelijkheid gevraagd, maar het kabinet wilde die duidelijkheid vooraf niet geven.

Hoe moet het nu verder?
De VCP blijft zich samen met onze aangesloten organisaties vol inzetten voor een goed pensioen. Er is toenemende maatschappelijke onvrede. De problemen die wij aan de orde stellen gaan niet vanzelf weg. De rekening van een stelselwijziging mag niet bij werknemers komen te liggen. Wij hebben samen met FNV en CNV opgetrokken in deze pensioenonderhandelingen en dat zullen we komende tijd blijven doen. Met FNV en CNV gaan we in overleg hoe we onze woorden richting politiek en werkgevers kracht bij kunnen zetten.
Een ding moet duidelijk zijn: het gaat om geld van werknemers. Pensioenen zijn uitgesteld loon dat door werkgevers is toegezegd. Daarover mag niet zonder ons over beslist worden. Een eenzijdig plan vanuit de politiek, zonder breed draagvlak en overeenstemming met werknemersorganisaties, kan dus niet aan de orde zijn.